Mijn vader en ik – geen Zeeuw

2011

Ik ben geen Zeeuw, maar ik woon inmiddels wel al lange tijd in Zeeland. Het Zeeuwse landschap heeft iets weg van de polder Oostelijk Flevoland waar ik ben opgegroeid. Ingedijkt landschap, weidse en vlakke akkers met aardappels, bieten, graan. Kijken zo ver als je kunt onder grillige wolkenluchten. Het aantal windturbines verschilt. Iedere veertien dagen als we weer naar de polder reden om mijn vader te bezoeken, leek het wel of er weer meer waren bijgekomen. In Zeeland zijn ze ook, maar niet in zulke aantallen. In het landschap van de polder ontbreken dan weer de duinen, en de zwart geteerde, gepotdekselde schuren die zo typisch zijn voor de Zeeuwse boerderijen.

Tegenwoordig rijden we niet meer één keer in de twee weken naar de polder. Tegenwoordig woont mijn vader ook in Zeeland. Vorig jaar heb ik hem op de wachtlijst laten plaatsen van de Cederhof, het verzorgingshuis bij ons in de buurt. Het ging steeds slechter met hem en hij had me steeds vaker ook door de week nodig omdat hij geregeld naar het ziekenhuis moest. Ik kon het niet goed meer opbrengen zo vaak en onverwacht de afstand af te leggen die me vier uur rijden kostte, heen en terug. Bovendien leek het me voor hem goed als mijn man, dochter en ik vaker bij hem zouden kunnen zijn. En misschien vond ik dat eigenlijk zelf ook wel fijn. Om vaker bij hem te kunnen zijn.

Ik heb het met hem besproken. Hij snapte het en wilde het ook wel. Maar hij is een echte polderpionier zoals dat heet. Als boer van de Groningse veenkoloniën vertrok hij in 1964 naar de verse klei van Oostelijk Flevoland. Hij had kavel L14; het bordje heeft hij heel lang bewaard. Inmiddels hangt het bij ons in de garage. Veel ondernemende boeren van het oude land zetten in die tijd die stap. De polder was een nieuw stukje Nederland. Van oorsprong Groningers, Zeeuwen, Friezen en Brabanders, ze trokken ruimhartig met elkaar op.

Maar mijn vader is geen Zeeuw. Wat zou ik hem aandoen door hem uit zijn eigen omgeving te halen naar een provincie waar hij afgezien van de aardappels, niets mee heeft? Toch heb ik doorgezet toen ik het telefoontje kreeg dat er een kamer was vrijgekomen in de Cederhof. Hij woont hier nu een half jaar en ik heb geen spijt. Hij leefde zichtbaar op, het is fijn om hem bij me in de buurt te hebben, en ik voer weer gesprekken met hem als vroeger. Toch wil hij de laatste tijd geregeld weer naar huis, zoals hij dat noemt. Maar hij weet eigenlijk niet meer waar dat is. Naar zijn oude boerderij in Groningen, naar kavel L14? Hij weet het niet, en toch ook weer wel: deze kamer in Zeeland, die is nu zijn thuis.