Overlevingstaal

In haar boek Ademschommel verwoordt Hertha Müller de werkkampervaringen van een jonge Roemeen vlak na de Tweede Wereldoorlog. Met vele andere Roemenen wordt deze jongen – we kennen niet zijn naam – in januari 1945 door de Russen gedeporteerd naar een werkkamp op de Russische steppe. Het duurt vier jaar voor hij en zijn landgenoten daaruit bevrijd worden. In het kamp moeten de gevangenen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zwaar lichamelijk werk doen. De voortdurende honger, luizen, bijtende kou en het urenlange appèl waar vernederingen nauwelijks nog gevoeld worden, maken het kamp tot een verschrikking.

Ademschommel is een verhaal over overleven. Müller lijkt haar hoofdpersoon haar taal aan te reiken om hem daarbij te helpen. Taal die hem helpt maar ook in de steek laat. Want de omstandigheden laten zich lang niet altijd vangen in zijn ‘overlevingstaal’. De honger is zijn metgezel, zijn hongerengel. Maar die engel gaat wel zijn eigen gang. “De hongerengel gaat helemaal in mijn mond hangen, hij zet mijn ogen op en zet mijn wangen op zijn kin.” Als de Roemeen in de zwaar giftige cokesfabriek moet werken, verzint hij vluchtwoorden om uit de scherpe en verstikkende stank van de chemische substanties te raken: meubelwas, schoensmeer, sparrenhars, citroenbloesem. “Het lukte mij om aangenaam verslaafd te raken omdat ik de substanties niet wilde toestaan giftig over mij te beschikken. (…) Maar er zijn in de kelder ook substanties die je niet ziet, die je niet ruikt en niet proeft. Dat zijn de gemeenste. Omdat je ze niet opmerkt, kan ik er geen vluchtnamen aan geven.”

Het boek behandelt geen vrolijk onderwerp, en dat is meer dan een understatement. Ik ken mensen die het boek om die reden hebben weggelegd. Ik heb dat niet gedaan. Een boek waarin verwoord is dat een door honger en kou uitgeputte man een appèl weet te doorstaan omdat hij “aan de hemel een hoek van een wolk zoekt waaraan hij zijn botten kan hangen en dat die hemelse haak hem vasthoudt”, verdient het om uitgelezen worden.

Terug naar Gespot: tekst, taal en meer